Bart Peeters – Een laatste week vol nijd en twijfel

Dinsdag.
Ik zit weer in het Goffertpark, op een stoeltje, aan het pad. De herfst is begonnen en het park is met de dag leger. Enkel de vaste gasten zijn er nog. Zij is één van die vaste gasten. Ik doe alsof ik lees en zij jogt weer langs mij. Zij jogt hier elke dinsdag, donderdag en zaterdag. Elke keer rondom zeven uur ’s avonds komt zij langs dit stoeltje. Dit doet zij al enkele maanden en al enkele maanden zit ik hier. Wat is ze mooi om te zien. Ze komt van links en rent naar rechts. Ik zie haar slechts één minuut per dag, drie dagen in de week. Hopelijk krijg ik ooit eens het lef om haar aan te spreken. Ze lijkt mij een leuke meid.
Thuis volgt mijn gebruikelijke avondritueel. Even afdouchen, een biertje uit de koelkast, een laatste sigaret. De televisie staat aan, iets stompzinnigs. Mijn huisgenoot komt thuis. Hij heeft weer een meisje bij zich. Ze gaan regelrecht naar zijn kamer. Ik kijk het stompzinnige af en zet de televisie uit. Ik ga naar bed en val een kleine drie uur later in slaap.

Woensdag.
Ik kom terug van de supermarkt en ga direct de keuken in. Het is weer avond, tijd om te koken. Ik pak het grote mes uit de lade en snijd de kip in blokjes. Tomaten saus, bruine bonen, koolhydraatarm dieet. Het is lastig om gezonder te leven. Er moet nog zo’n 30 kilo vanaf voor ik op mijn ideale gewicht ben. Zodra ik dat heb bereikt stop ik met roken, misschien ga ik zelfs minder drinken. Tijdens het koken zet ik altijd dezelfde cd op: Dark Jazz. Het helpt mij ontspannen. Muziek zonder iets, ingekleurde leegte. Eten op, boek open: Mishima. Dit is mijn avond, dit is mijn ontspannen avond.
Nu weer even afdouchen. Biertje, peuk, televisie. Mijn huisgenoot komt thuis met een nieuw meisje. Voor hij naar zijn kamer gaat bietst hij een peuk bij me. “Als je er ooit een nodig hebt, klop maar gewoon bij mij aan.” Er is niks op te televisie, niet eens iets stompzinnigs. Dan maar verder met het boek. Daarna weer naar bed, wakker liggen.

Donderdag.
Ik kijk alweer naar dezelfde pagina in het niet-echt-te-lezen-boek. Ze kan weer elk moment voorbij rennen. De beste minuut van mijn dag kan elk moment komen en gaan. Ik wacht ongeduldig en hoop dat ik dit keer het lef heb om de minuut te verlengen. Wat moet ik tegen haar zeggen? Wat kan ik doen? Hoe kan ik haar aandacht trekken in dit korte moment? Stel ik krijg haar aandacht, hoe ga ik dan verder? Hoe kan ik vragen om iets? Wat kan ik vragen? Ze komt eraan, steeds dichter- en dichterbij. Tien meter van me af. Nu moet ik iets zeggen! Oh nee, ze heeft oordopjes in. Ze zal me toch niet horen, ze zal mij nauwelijks zien.
Douchen, het water kouder dan anders. Bier, de laatste in het kratje. Sigaret, ja, dat kan altijd. Op de televisie is iets over de natuur. Monogame vogels. Mijn huisgenoot komt thuis met een nieuw meisje. Hij gaat naar zijn kamer. Waarom kan hij wel gewoon een praatje houden met meisjes? Vanavond ga ik later naar bed, slapen lukt toch niet.

Vrijdag.
Ik kom terug van de supermarkt. Een volle krat is hopelijk genoeg voor het weekend. Het grote mes komt uit de lade. Varkenspoulet. Rode paprika’s. Goulash. Koolhydraatarm dieet. Ik heb nu al twee maanden geen brood, rijst of aardappels gehad. Ik ben tien kilo kwijt. Misschien gaat het dan toch langzaam aan beter met mij. De lichte tikjes op de drum en het gepluk van de snaren vullen de keuken. Mishima is uitgelezen, nu Céline. Ik reis ook naar het einde van de nacht. Hoop dat ik levend arriveer. Normale mensen hebben problemen met belastingen enzo. Ik heb problemen met problemen. Problemen met niks. Met mezelf. Ik heb geen durf meer. Ik zit alleen.
Douchen sla ik over: ik heb toch niks gedaan. Meer biertjes voor vandaag, het is immers weekend. Extra zware sigaretten voor een snellere langzame dood. Mijn huisgenoot komt niet thuis vandaag. Hij is stappen, opzoek naar meerdere nieuwe meisjes. Ik ga niet stappen, ik ga zitten. Televisie. Sitcom. Stiekem nog wat biertjes, wie merkt het? Het is immers mijn krat! Koolhydraatarm werkt niet met zoveel biertjes. Dik zal ik blijven.

Zaterdag.
Ik wil niet naar het Goffert gaan vandaag. Het wordt toch niks. Misschien kan ik het maar beter opgeven. Het zal toch nooit iets worden. Waarom kan ik niks? Waarom durf ik niks? Waarom ben ik niet zoals mijn huisgenoot? Alles gaat hem zo makkelijk af. In alles is hij zoveel beter dan ik. Hij zou op dit moment wel uit zijn bed kunnen komen. Hij zou wel naar het Goffert gaan. Hij zou het jogmeisje aanspreken. Hij zou haar mee uitvragen. Hij zou haar echter ook direct daarna laten vallen, als de hond die hij is. Hij kan alles zoveel beter en dat zelfs met slechte bedoelingen. Lieve, naïve, timide jongen die ik ook ben. Nooit zal mij iets moois ten dele komen.
Douchen doe ik weer niet, het heeft toch geen zin. Bier? Graag en veel. Onderuitgezakt op de bank met een peuk in mijn bek. Televisie. Voetbal! Mijn huisgenoot komt thuis met een nieuw meisje. Ik kijk al niet meer, het boeit me niet. Een vrouwenstem: “Ik zag je vandaag niet zitten!” Het jogmeisje staat daar en kijkt naar mij. “Hey, kom je nog?” schreeuwt mijn huisgenoot. Ze loopt verder naar zijn kamer.

Zondag.
Ik haat hem. Ik haat hem zo erg. Waarom? Er zijn geen vragen meer voor nodig. Ik zal het niet snappen. Ik zal nooit deze tyfus wereld kunnen vatten. Eten koken. Ik pak het grote mes. Geen dood vlees in huis om te snijden. Dan maar geen eten vanavond. De radio gaat aan. Dark Jazz. Ik loop de gang door en klop bij mijn huisgenoot op de deur. Hij doet open. Ik steek het mes tussen zijn ribben. Zijn blik verandert van verassing naar angst. Ik draai het mes, meer pijn voor hem. Nu is er enkel woede in zijn ogen. Ik trek het mes uit hem en stop het weer in hem op een andere plek, zijn nek. Halsslagader door, hij zal doodbloeden. Er is een ding waar ik beter in ben dan hij… langer leven.
Ik stap over zijn stervende lichaam heen, pak zijn sigaretten en mijn mes. Keuken. Bier. De douche in. De kraan gaat open en de peuk gaat aan. Het biertje gaat open. Even een paar grote slokken. Met het mes snijd ik mijn polsen door. Ik zak in elkaar. Het is lastig roken, onder de douche, terwijl je doodbloedt.

Maandag.
Niemand zal weten wat er gebeurt is tot dinsdag. Het jogmeisje zal mij weer niet zien zitten.

Advertenties