Tijd voor ’n nieuwe prijs

Gepubliceerd in de Gelderlander – 27 december 2013

Literair productiehuis Wintertuin houdt vaste subsidie, VCK niet. Over oud en nieuw literair Nijmegen.

NIJMEGEN – Terwijl Vlaams Cultuur Kwartier vanaf komend jaar de meerjarige subsidie kwijt is en maar moet afwachten of het nog wat krijgt van de gemeente Nijmegen, kan literair productiehuis Wintertuin de komende vier jaar op zeker 50.000 euro per jaar rekenen. En dat is nog wel eens lastig te verkroppen voor al die andere literaire organisaties in Nijmegen naast Wintertuin die iets in de stad willen organiseren. Een gesprek tussen de twee Nijmeegse oud-stadsdichters Victor Vroomkoning (75) en Dennis Gaens (31).

Dennis Gaens: “Als we in Nijmegen Wintertuin niet hadden, woonde ik hier niet meer en ik denk dat dat voor meer schrijvers in Nijmegen geldt. Frank Tazelaar, directeur van Wintertuin, wilde niet dat ik na mijn studie naar de Randstad vertrok dus bood hij me een baan aan.”

Victor Vroomkoning: “Wat in Nijmegen gebeurt op literair gebied is allemaal onder de paraplu van Wintertuin. Maar Wintertuin is niet meer Nijmeegs, dat concept stuurt aan op een groot publiek en grote namen.”

DG: “Dat is het goed recht van de Wintertuin. Maar kijk wat we tegelijkertijd doen voor nieuw talent. We hebben een agentschap waar we acht jonge auteurs begeleiden, van wie op dit moment zeven uit Nijmegen.”

VK: “Voel jij je niet onderhorig aan de organisatie? Ik bedoel, ik zou graag zien dat er iets nieuws ontstaat en dan niet onder de vleugels van Wintertuin. Ik ben 75 jaar, ik ga de kar niet meer trekken, maar ik merk wel dat er behoefte is aan een nieuw literair café. Het wordt tijd dat de poëten uit deze stad bij elkaar komen. Literair Nijmegen bloeide in de jaren tachtig. Dat is bijna helemaal weg.”

DG: “Er gebeurt meer onder jonge schrijvers dan je denkt. De Mugwumps bijvoorbeeld was een collectief met vier schrijvers waar ik bij zat. Zo heb ik Frank Tazelaar ontmoet. Hij zei: ‘Wie zijn al die jonge mensen?’ Toen hebben we Literaturjugend opgezet, een maandelijkse bijeenkomst waar schrijvers voordragen uit eigen werk dat nog niet af is en waar ze commentaar leveren op elkaar.”

VV: “Ik wil die verstrengeling niet. Een huis dat iets organiseert moet niet ook aan opleiding doen. Een dichter moet eerst schrijven, daarna komt-ie pas bij een uitgeverij.”

DG: “Wintertuin wil de hele keten van de beroepspraktijk bedienen. Jonge schrijvers leren schrijven én leren hoe ze ervan kunnen leven.”

VV: “Vroeger waren de literaire tijdschriften de kweekvijvers. Nu is er in Nijmegen alleen nog Op Ruwe Planken dat die functie heeft.”

DG: “Ik kan me voorstellen dat er Wintertuin-moeheid ontstaat. De redactie heeft een bepaalde smaak, daar voelt niet iedereen zich bij thuis. Deze mensen kunnen prima een nieuw literair café beginnen. Maar ik vind dat die dan ook geld van de gemeente moeten krijgen.”

VV: “Er is geen mooie Nijmeegse literatuurprijs meer. De SNS- bank betaalde die een tijdje, maar trok zich terug, van 1992 tot 2007 deed de bibliotheek het, maar die moest stoppen door een begrotingstekort en bezuinigingen. Die prijs was een stimulans voor veel mensen, het was erkenning, het zorgde ervoor dat mensen door gingen. Dat effect zou een nieuwe prijs nu ook kunnen hebben.”

DG: “Zo’n prijs zou mooi zijn. Maar ja, wie gaat dat organiseren?”