Hoe win ik de Nijmeegse Literatuurprijs?

Vandaag deelt mede organisator Frank Norbert Rieter zijn gedachten over hoe je serieus kans maakt op de Nijmeegse Literatuurprijs. In de aanloop naar de uiterste inzenddatum zullen meer mensen dat doen, op deze website en op onze Facebook-pagina.

10987647_1054613764555354_6829852665903725205_o

Voor het winnen van een prijs bestaat natuurlijk geen vast recept. Je moet steengoed werk afleveren en daarmee de beste zijn (of in ieder geval bevonden worden). Het eerste heb je zelf in de hand, en daarna ben je overgeleverd aan het oordeel van de jury. Ik denk daarbij altijd: maak het de jury maar lastig en zorg met z’n allen voor alleen maar puntgave inzendingen. Op basis van mijn eigen schrijfervaring heb ik een ‘recept’ opgesteld, dat ik ook vaak geef aan mensen die aan mijn schrijfcursussen en workshops deelnemen.

Wat heb je nodig;

  1. Zorg voor een briljant idee. Het woordenaantal is beperkt (2015) dus dat geeft je ruimte om één personage, scène, omslag, pointe of thema goed neer te zetten. Lukt het je niet om dat goede idee voor jezelf kort, krachtig en helder te formuleren, dan is de kans groot dat de jury dat ook niet kan en je verhaal dus niet hoog zal waarderen. Kies nooit een idee omdat je denkt dat het de jury zal behagen, maar schrijf waar je zelf enthousiast van wordt. Lees veel, want zo ontwikkel je een innerlijk kompas voor ideeën die goed zijn om na te jagen en welke ideeën je voeren naar platgetreden paden.
  2. Begin tijdig met schrijven. Voor een verhaal tot 2015 woorden heb je niet zo heel veel tijd nodig, maar een paar dagen (of uur) voor de deadline beginnen leidt zelden tot een winnende inzending. Sommige schrijvers hebben een eerste versie in een ochtend op papier. Anderen schrijven een paar honderd woorden per dag. Hoe dan ook: als je uiterlijk eind oktober wilt inzenden, wil je bij voorkeur eind september de eerste versie op papier hebben.
  3. Leg het weg, minimaal een week. Liever nog wat langer. Kijk er daarna met frisse ogen naar.
  4. Lees het hardop voor. Zo hoor je of zinnen goed lopen en of het ritme van de tekst werkt.
  5. Redigeer. Met alles waar je op zou kunnen letten bij het redigeren kun je een boek vullen. Mijn persoonlijke top 5:
    1. Pas op met te lange zinnen.
    2. Controleer beeldspraken en vergelijkingen. (Heb je deze niet, oefen je er eens in.)
    3. Schrap overdreven mooischrijverij.
    4. Comprimeer dialogen.
    5. Voorkom onnodige herhaling.
  6. Corrigeer. En dit is niet hetzelfde als redigeren. Bij je eindcorrectie ga je niet herschrijven, maar let je alleen op type- en spelfouten. Zorg dat je spelling (actueel) correct is en consequent. Besteed extra aandacht aan je interpunctie: juiste plaatsing van komma’s, aanhalingstekens, gedachtestreepjes, witregels, hoofdletters etcetera. Je wilt niet dat de jury zijn best moet doen om door alle slordigheden heen te lezen.
  7. Laat je tekst proeflezen, maar laat hem nooit proeflezen zonder dat je concrete vragen stelt. Leg uit dat je aan een schrijfwedstrijd mee doet. Vraag of je proeflezer je één concreet advies kan geven dat het verhaal wezenlijk kan verbeteren. Vraag niet in het algemeen ‘wat ze er van vinden’. Dat kan leuk zijn om te horen (of niet), maar is voor het verbeteren van je schrijfwerk volstrekt oninteressant.
  8. Leg je innerlijke criticus het zwijgen op. Er is een groep mensen die graag schrijft, maar het wordt nooit helemaal wat ze zich er van voorstellen. Het is niet goed genoeg, of niet precies… bla bla. En uiteindelijk is er geen inzending. Soms komt er zelfs geen verhaal. Alleen een idee, een droom, of een voornemen. ‘Ik had ook een verhaal kunnen schrijven.’ Schrijven is echter doen. De enige manier om beter te worden met schrijven is teksten op papier zetten, het hele schrijfproces doorlopen en de tekst ook werkelijk ‘afleveren’. Grijp schrijfwedstrijden aan als kans om jezelf iets te bewijzen: maak het af en zend het in.
  9. Geef je tekst vorm. Niet met krullerige lettertypes, kleurtjes of illustraties. Zorg voor een kaal en strak document zonder al teveel opmaak. Puntsgrootte twaalf, regelafstand anderhalf. Marges van 2 a 3 centimeter. Begin je verhaal met de titel en laat je naam weg uit het document. Het doel van deze hele exercitie is: een goed leesbare tekst waarbij niets van de inhoud afleidt.
  10. Als de tijd het toelaat: schrijf nog een verhaal. En kies het beste uit om in te zenden.

Veel succes!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .